maandag 13 februari 2017

Lectori Salutem!
Regelmatig zal ik voor nadere verklaringen bij teksten of foto's een ingebed cijfer ( ) gebruiken; deze verklaringen zijn als voetnoten verderop in de tekst uitgewerkt

Herinneringen aan moeder

Een terugblik op haar leven – de periode 1941 tot medio 1956

Zaterdagavond 16 april 2011 waakte ik bij moeder, haar laatste avond, twee dagen na haar 89e verjaardag.
Zwaar ademend kon zij niet de kracht vinden contact met mij te vinden. Maar ik vond het niet zo erg, want eind maart, kort nadat zij uit het ziekenhuis terug gekomen was, had ik een helder en goed gesprek met haar. Het was duidelijk: dat was ons afscheid van elkaar.
Bij het waken heb ik de grote stapel fotoboeken bekeken, die op de tafel lag. De nieuwere foto’s wekten mijn interesse vanwege de grote schare neefjes en nichtjes; de oudere foto’s boeiden me vanwege de geschiedenis die ik voor een gedeelte heel bewust heb meegemaakt.
Toen ik op 9 mei naar André en Betsy reed om moeders verloving/trouwring uit 1941 te halen als aandenken aan mijn ouders, kreeg ik en passant een paar mapjes brieven, kaarten en foto’s mee, die moeder altijd bewaard heeft. Het was een bonte verzameling documenten uit de periode vanaf haar verloving met Jan (1941) tot de start van het huwelijk met Engelbert Beune (1949). Deze periode heeft moeder altijd verborgen gehouden om haar nieuwe leven en nieuwe gezin niet te frustreren.
Ooit heeft ze mij een stapeltje foto’s van vroeger gegeven, maar spreken over deze moeilijke tijd vermeed ze. Ook gaf ze me jaren geleden de door de Oorlogsgravenstichting (1) aan haar verstrekte gegevens over het overlijden van Jan, mijn vader. Bij die gelegenheid vertelde ze mij, dat ze wel eens met mij naar het graf in Lübeck had willen gaan, want het reizen in Duitsland was vrij voor nabestaanden. Maar haar verplichtingen aan haar nieuwe gezin weerhielden haar van deze reis.
(1) De Oorlogsgravenstichting is een stichting die direct na de 2e Wereldoorlog door de overheid in het leven is geroepen om alle gegevens over Nederlandse oorlogsslachtoffers –waar ook ter wereld- te verzamelen en te streven naar het best mogelijk eerbetoon door het (laten) inrichten van erebegraafplaatsen.
In april 1992 waren Riet en ik samen met Duitse vrienden op bezoek bij hun familie in het voormalige Oost-Duitsland. Op de terugweg bezochten wij het graf in Lübeck.
Omdat ik al op 12-jarige leeftijd het gezin verliet om te gaan studeren met verblijf in internaten, is mijn herinnering aan moeder over de jaren daarna beperkt gebleven tot enkele minder interessante briefwisselingen en vakantieperiodes.
Ik zal proberen mijn herinneringen aan moeder te belichten over de periode tot mijn vertrek uit het gezin.
Voor de leesbaarheid gebruik ik haar eigen naam, zoals ze thuis in die tijd genoemd werd: Coks, soms Cokkie.

***********************************************


HET VERHAAL
Tijdens haar jeugd had haar vader een café in Voorburg, waar ze goede herinneringen aan heeft gehad.
Bijverdienen deed Cox al vroeg, noodgedwongen omdat het geen vetpot was in het gezin Grobben, waar in 1937 Eddie was geboren als jongste broertje. Cox ging meehelpen in de huishouding bij mensen van goede afkomst, eerst als dienst- of kamermeisje en later als serveerster.
In die periode (we zijn nu aan het begin van de oorlog) leerde ze Jan kennen. Jan kwam uit een groot gezin (2), als 3e in de rij van 9 kinderen.

(2) Van links naar rechts: Aad, Zus (Annie), Jan, Gerard, ?, Leo, Bep, Tonnie, ?. Op de achtergrond moeder en vader Vogelaar. Leo was gehandicapt (doofstom) en kreeg –ook vanwege de oorlog- nauwelijks scholing. Leo is nog regelmatig op eigen gelegenheid  in Enschede op vakantie geweest.

Op 8 juni 1941 verloofden Cox en Jan zich, beiden net 19 jaar.


van boven naar onder: puber - 19 jaar - verloving

Vanwege de oorlog trouwde het stel in augustus 1942 op 20-jarige leeftijd, want in die tijd hoefden getrouwde mannen niet naar Duitsland om daar te werken in de oorlogsindustrie. Samen hebben Jan en Cox enkele maanden op kamers gewoond.
Het burgerlijk huwelijk werd gesloten op 1 juli 1942, het kerkelijk huwelijk werd ingeschreven op 19 augustus 1942, zoals in ’t trouwboekje is vermeld.



Toch moest Jan in Duitsland werken en tijdens zijn afwezigheid ging Cox bij haar eigen ouders inwonen.
Dit gebeurde in de winter van 1942-1943; in oktober 1943 ben ik  geboren.






Een bijzondere samenstelling was dat gezin: de kinderen Eddie en Joke (halfbroer en -zus van moeder), en Hans als broers en zus, terwijl moeder Cox overdag werkte om het gezin financieel te ondersteunen.


(3)

(3) Deze briefkaart is van de opa van Jan
Jan heeft mij nog één keer gezien, in januari 1944.

De Duitse periode.

Jan werd tijdens de zwangerschap van Cox opgeroepen om arbeid te verrichten, en werd later op transport gesteld naar Duitsland om te werken in de oorlogsindustrie. Hij kwam begin 1944 terecht in het plaatsje Wehbach, bij Kirchen, ten oosten van Keulen. Klik op de link.
http://maps.google.nl/maps?hl=nl&ie=UTF8&ll=50.824373,7.90226&spn=0.127957,0.439453&z=12
De fabriek waar Jan dagelijks te werk werd gesteld, lag in het dorpje Herdorf, ongeveer 20 KM ten zuidoosten van Wehbach.
Hoe het leven daar was, laat Jan goed zien in de enige brief van hem, die bewaard is gebleven.
De onderstaande briefwisseling tussen Cox en Jan wordt onverkort weergegeven.

Bewaard gebleven zijn:
Brief van 24-10-44 van Jan aan Corrie (document 1)
Brief van 29-10-44 van Corrie aan Jan (document 2)
Brief van 19-12-44 van Corrie aan Jan (document 3}
Brief van 21-2-45  van Corrie aan Jan (document 4}
Document 1
Lieve Dicky (4), Hansje, familieleden. Wehbach 24-10-’44
Gisteren las in de courant (5) dat er nog een mogelijkheid bestond te schrijven, en daarom ben ik dan maar gelijk aan de gang gegaan. Hoe gaat het anders met jullie??? Hopelijk nog in leven, zeer goed zal ’t ook wel niet meer zijn. Ik las in de courant dat jullie 3 uur per dag licht hadden en dat er 350.000 menschen van de centrale keuken eten betrokken. Dicky ik ben zo benieuwd hoe of het met jullie tweetjes gaat. Nu zal je wel benieuwd zijn naar mij ook hè? Nou op het ogenblik zijn we cievile (6) gevangenen. Vanaf Zondag j.l. is ’t verboden ‘t lager (7) te verlaten. Wanneer we naar ons werk (8) gaan, worden we weg gebracht door 2 of 3 bewapende mannen. Ook is dat zo wanneer we gaan eten. Je kunt begrijpen dat ’t nu helemaal hopeloos voor ons is. Ook ’t eten is bar slecht. Soep en nog eens soep!! Als we aan ’t werk zijn worden we geregeld gecontroleerd door de S.A. (9). Ook hebben we allemaal ‘n nummer gekregen. Dat nummer staat op ’n ijzer plaatje, en moeten dat altijd bij ons dragen. Enige weken terug zijn hier nog zo’n 60 Polen bij gekomen. Deze komen uit Aken en omstreken. Je kan je dus voorstellen dat ’t eten steeds slechter wordt. Zo nu heb ik ongeveer 1½ uur zitten wachten, omrede ze ons in donker gezet hebben, omdat er Vliegers (10) boven waren. Geschut staat er nu ook, en daar kunnen ze flink mee te keer gaan. Als ’t zo door gaat zie ik er nog van komen, dat wij hier vandaan gaan, en verder ’t land in gestuurd zullen worden. Van Aad (11) heb ik sinds het laatste bezoek niets meer gehoord. Het is best mogelijk dat hij al vertrokken is. Drie weken geleden heb ik hem nog een brief gestuurd, maar nog geen antwoord terug ontvangen. Hoe gaat ’t nu met ’t geld, krijg je dat van de A.B. (12). Al het geld wat ik hier krijg bewaar ik. Ik heb nu al zo’n 250 mark gespaard. Mocht ’t mogelijk zijn dat deze brief niet aankwam, wat wel te hopen is, maak je dan niet ongerust, want ze zijn bezig ons te laten schrijven over ’t Rode Kruis. Dat zou 1 brief per maand worden. Ik heb hier de laatste 2 brieven van je voor me liggen, en wel die van 16-17-8-’44. Daar schrijf je o.a. in, dat je hoopte dat ik op Hansjes verjaardag thuis zou zijn. Maar helaas kindje, je zult nog wat geduld moeten hebben. Inmiddels nog hartelijk gefeliciteerd met ons kindje. Je kunt je voorstellen dat ik veel aan jullie denk, vooral nu ik geen post meer ontvang, en op de koop toe nog gevangen zit. Voor enige weken terug hebben we al onze foto’s in moeten leveren. Hopelijk krijgen we ze binnen kort terug. De foto’s die op mijn kastje staan heb ik mogen houden. Dat zijn er 3 van jou en die grote van Hans. Op Hans z’n verjaardag had ik ’n grote bos bloemen op de kop getikt, welke ik nu nog heb staan. Dicky, ik zou zo nog uren door kunnen schrijven, als ’t maar mocht en kon. Over de laatste 2 maanden hier, is veel te vertellen. Hopelijk zitten we hier geen 2 maanden meer. Nu Dicky en Hansje het is weer gebeurd. Maak je niet ongerust hoor. Bid veel voor me, ik doe ’t voor jullie. Ik kan maar 1x in de maand naar de kerk, dat is dus niet te veel. Vanzelf sprekend doe je aan alle familieleden de Hartelijke groete. Ook de Firma Ratin (13) niet vergeten hoor! Nu Lieve vrouwtje en Hansje nogmaals sterkte hoor! Ontvang hierbij van mij heel veel kusjes en een stevige omhelzing van jullie altijd trouw blijvende Paps en Puck
HOU JE TAAI !! daag

(4) Dicky is de koosnaam van Cox; Cox gebruikte de koosnaam Puck voor Jan.
(5) Bewust is de tekst onverkort overgenomen vanuit de brief, inclusief stijl- en spellingfouten. De oorspronkelijke brieven zijn niet goed genoeg leesbaar om een goede scan te fabriceren. Ook Optical Reading is daarom geen optie.


(6) Bedoeld is: civiele gevangenen, dus geen politieke of krijgsgevangenen
(7) Lager: de Duitse benaming voor interneringskamp
(8} Langs de grens met Nederland, België en Frankrijk hadden de Nazi’s veel  interneringskampen, waar buitenlandse arbeiders gehuisvest waren voor de oorlogsindustrie in de omgeving. De arbeiders uit het Gemeinschaftslager Continental van Wehbach werden onder andere te werk gesteld in Herdorf, zo’n 20 KM zuidoost van Wehbach
(9) S.A.= Sturm Abteilung een soort Mobiele Eenheid, maar dan Nazi-mannen zonder enige scrupules
(10) Bedoeld is: vijandelijke vliegtuigen
(11) Voor zover mij bekend, is Aad de oudste broer van Jan, was getrouwd met Bets, en had een tuindersbedrijf in Poeldijk. Cox liep regelmatig met Hans in de kinderwagen naar (onder meer) Poeldijk om eten te bemachtigen voor het gezin Grobben.
(12) A.B.: het historisch materiaal geeft geen duidelijkheid welke uitkerende instantie hier bedoeld wordt.
(13) De Nederlandsche Ratin Maatschappij N.V. (met het hoofdkantoor in Den Haag en bijkantoren in Londen, Dublin, Oslo, Parijs, Berlijn, Kopenhagen, Stockholm en New York) hield zich bezig met het bestrijden van ongedierte (muizen, ratten) en handel in landbouwgiften en bestrijdingsmiddelen. Vermoedelijk was Jan bij dat bedrijf vertegenwoordiger, of reiziger, zoals dat toen heette.

Document 2
Lieve Paps Den Haag 29-10-’44
Het is nu 14 dagen geleden dat ik je voor het laatst geschreven heb. Heb je mijn laatste brief al ontvangen? Ik krijg geen post van jou wat wel vervelend is. Hoe gaat het nu met jou? Het valt niet mee hè? Heelemaal niets te horen van je 2 lievelingen, ja, ik verlang ook zo heel erg naar je. Maar ik bid heel veel voor jou en dat geeft me weer een beetje kracht. Hier gaat alles verder goed, alleen dat we van de eene dag op de andere leven. Voor ’n mud (14) aardappels vragen ze ƒ 150 of nog meer.
Vandaag ben ik met Hansje bij jou Grootmoeder geweest. Die twee zijn nu ge evacueerd bij Tante Anna in de Bunschotenschestraat. Nu hoorde ik dat op 31 Oct. Opa jarig is en heb ik hun beloofd met Hans op vicite te komen. En dat heb ik vandaag gedaan. Ze (Opa en Oma) waren bij tante Cor die woont tegenover Tante Anna. Ik voor mij vindt Tante Cor honderdmaal gezelliger dan de rest van de familie. Nou je moet natuurlijk de H.G. van allemaal hebben. Wist jij dat ze bij Tante Cor en Oom Kees 10 kinders hebben en 3 dood? Tante Bep in Poeldijk verwacht ook een baby. Verleden Maandag was ik nog in Poeldijk maar je kunt nog niets bij haar zien. Zo als ik al geschreven heb zijn Tante Anna Tap en haar beide kinderen bij ons in gekomen omrede zij kolen hebben en wij niet. En nu gaan Riet Tap en ik naar Wateringen om groente te halen. Laatstleden Maandag gingen we om kwart voor 7 van huis, en om 9 uur hadden we de kinderwagen al vol met groenten. We zijn eerst naar de Hoornbrug (15) gelopen en toen de Kleiweg af naar Wateringen. We hebben toen de kleine weg genomen zodat we in het dorp Wateringen waren om ± 9 uur. Toen gingen we op pad voor aardappelen. Maar jawel we hebben gelopen naar Naaldwijk, Honselersdijk en toen naar Poeldijk, maar geen piepers hoor! Bij de veiling van Poeldijk vroegen we naar v. Bergen-Henegauwen. Eerst wist niemand waar ze woonden, maar toen ik vertelde dat hij al 3x getrouwd was, nou toen wisten ze wel waar hij woonde. Bij Tante Bep gingen ze toevallig eten. Nou trof het juist, dat er een varken geslacht was. Jo, als je die vooraad vleesch gezien had, heerlijk gewoon.
Na het eten zijn we direct weer naar huis gegaan. Ongeveer 4 uur waren we zu hous en zonder piepers. Ook uit Poeldijk de H.G. van Tante Bep en Oom Grabel (16). Nu nog iets over Hans. Die gaat al lekker stappen. Ook probeert hij los te gaan staan maar dan valt hij natuurlijk. Vandaag had hij weer iets geks. Trees zat nog al te lachen en ineens deed hij haar na, haha. En dat klonk zo leuk! Hij kan ook lekker schreeuwen hoor, want toen ik vanavond naar huis ging kreeg hij ’n boterham van Tante Cor. Maar toen hij die opgegeten had begon het lieve leventje, van de Zuiderparklaan tot huis, heeft hij aan één stuk geschreeuwt. Hij hield pas op toen hij van Moeder ’n kostje brood kreeg. Als hij met Joke samen is hebben we ook veel lol. Eerst gaat Hans Joke aan halen, en dan pets, slaat hij haar op d’r hoofd. Maar weet je wat zo vervelend is? Als ik bij jou familie kom, hoor ik niets anders dan: “precies Jan” of: “dat deed Jan ook toen hij zo klein was”. Nou dat gaat je ook de keel uit hangen, temeer omdat hij eerlijk gezegd veel meer op mij lijkt. Alleen de kleur van jou ogen heeft hij, en dan jou neus. Maar de mind en zijn manier van kijken heeft hij toch van mij. Maar dat is allemaal zo erg niet. Als je echter nooit iets anders hoort dan “precies Jan” dan wordt je er kresie van. Wij zeggen nu ook telkens, als Hans iets doet of zegt: “precies Jan”. Als hij in z’n broek poept is hij precies Jan. Als hij schreeuwt om eten, precies Jan. Het wordt nog eens zo erg, dat we ’t ook zeggen als je Moeder er bij is. Het is juist daarom zo gek van je Moeder, omdat ze altijd zo koud is tegenover haar kinderen. En nu weet ze ineens zo veel van jou als baby. Met Hansjes verjaardag is er nog heel wat bezoek geweest. Lucia Granacher bracht de Zondag daarop nog wat eigen gebakken koekjes. Leuk hè? Hans mag nu veel op zolder spelen. Je weet misschien wel, Eddie z’n speelhoek. Daar kan hij nu heerlijk spelen en heb ik geen zorg dat hij naar beneden valt. Ook laat ik hem vaak in de eetkamer (ahum) spelen. Dan zetten we iets voor de ingang anders tuimelt hij weer naar beneden. En als hij de ruimte heeft, is hij zo lief. Dan heb ik geen kind aan hem.
Wat praten betreft schiedt hij nog niet erg op. Alleen als ik hem opa laat zeggen dan zegt hij steeds weer papa. Gedag, zegt hij alleen als hij zin heeft. Soms kan jij heel lang en heel ernstig zitten kijken. Dan komt er geen lachje over zijn gezicht. En dan kan hij weer schateren van plezier.
Alles bij alles is het ’n schat van ’n kind, en niet eens onknap ook. ’n Paar olifanten benen heeft hij ook nog. Heb jij wel eens ’n Kathe Krusche (17) pop gezien? Nou daar lijkt Hans erg veel op. Laatst zat hij in de kinderstoel en had ik hem vergeten vast te binden. En ja hoor, in ’n oogwenk lag hij op de grond, en schreeuwen geen gebrek. Precies Jan!!! Nou kijk ik wel uit dat ik hem goed vast bind. Hij heeft nu ook ’n fijne winterjas. Die was van Eddie en die hebben we kleiner gemaakt. Lekker warm voor hem. Ook heeft hij ’n mooie slobbroek van de wol als m’n truitje. Zo, nu heb ik toch ’n heleboel over je kleine jongen verteld. Nu ga ik eindigen met de hoop dat je heel, heel gauw thuis komt om samen met mij van ons geluk te kunnen genieten. Lieveling hou je taai. Vertrouw op God en op de Moeder van Altijd Durende Bijstand (18). Zij zullen ons weer bij elkaar brengen. Puck, veel zoentjes van Hans en ’n stevige omhelzing van je Dicky.
(14) Een mud is een oude inhoudsmaat, gelijk aan 100 liter. Indien het gemeten product betrekking heeft op vaste goederen (kolen, aardappelen enz.) wordt vaak in wezen het gewicht bedoeld. Bijvoorbeeld: een mud aardappelen weegt (ongeveer) 70 kg.
(15) De Hoornbrug is een basculebrug over het Rijn-Schiekanaal op de grens van Rijswijk en Den Haag. De brug wordt intensief gebruikt als toegangsader voor Rijswijk en Den Haag doordat de route (de Haagweg) in het verlengde ligt van de A13 waar men bij knooppunt Ypenburg de snelweg verlaat. In 1940 wilden de Duitsers over deze brug Den Haag binnen trekken om de koningin, de regering en de legerleiding gevangen te nemen. Daarom was de brug van groot belang en werd verdedigd.
(16) Door de uitgevloeide inkt is de naam niet duidelijk. Naspeuring in andere documentatie bleek geen succes.
(17) Käthe Kruse's dochter, Hanne Adler-Kruse, heeft op 26 maart 1988 het aan haar moeder gewijde museum in Den Helder persoonlijk geopend. Het museum toont aan, dat Käthe Kruse met haar handgemaakte stoffen poppen in het begin van de vorige eeuw haar tijd ver vooruit was. Haar poppen zijn nu een geliefd verzamelobject geworden.
(18) De originele icoon van de Moeder van Altijddurende Bijstand komt van de iconenschilders van Kreta. Maria kijkt ons aan. Zij lijdt ons de weg naar Jezus, het kind op Haar arm. Links en rechts van Haar zien we twee engelen, links de Aartsengel Michael en rechts de aartsengel Gabriël. Zij dragen de werktuigen van Jezus lijden, het kruis, de spijkers, de doornenkroon, de lans en de rietstok met spons.
Document 3
Lieve Man Den Haag 19-12-’44 (19)

Het loopt alweer tegen Kerstmis en nog zijn we niet bij elkaar. Maar toch laten we de moed niet zakken. We gebruiken deze tijd maar eens extra om te bidden. Misschien verhoort het Kerst-Kindje nu ons gebed. Het stalletje hebben we Zondag j.l. al neer gezet. Weet je dat we nu helemaal geen licht meer hebben? Onze straat (20) heeft het nog lang gehad, maar nu zitten we toch ook zonder. We hadden van de Distributie 2 liter peterolie (21) gekregen, maar daar zijn we al haast doorheen. Ook hebben we nog 4 vooroorlogsche kaarsen. Maar als je om 5 uur al moet gaan branden, dan doe je er niet lang mee. De mensen stoken al brilliantine, dus je begrijpt, dat ook dat produkt niet meer te koop is. Alleen in zwart, dan verbrand je ongeveer ƒ 4,- per avond. Ook het eten is een probleem. We mogen 1 brood per dag op eten met z’n zessen. Daarvan eet Joke er 2, Hans 6 en wat er over blijft is voor Vader Moeder Eddie en mij. ‘sMiddags eten we koolsoep of surrogaatsoep en ’s avonds enkelt groenten, maar dat is ook alleen maar zwart te krijgen, aardappels 1x per week alleen op Zondag, want Hans en Joke moeten iederen dag piepers eten. Gisteren hebben Moeder en ik om 1 uur groenten gegeten voor de somma van ƒ 1,60. Je moet het geld er toch maar voor hebben. Maar er zijn er nog genoeg die het veel slechter hebben. Nu iets over Hans. Hij heeft nu 4 boven tanden en 2 onder. Sinds ongeveer 1 week loopt hij alleen door de kamer. Als hij en Joke ’s morgens in de stoel zitten dan pakken ze elkaars brood af. Hansje heeft hele verhalen over alles wat hij ziet. Maar je verstaat er niets van. Gelukkig kunnen we de babbys nog alles geven wat ze nodig hebben. Alleen boter of vet is er niet. Maar er zijn er honderden die er slechter uit zien. Iedereen zegt dat we clandestine kinderen hebben. Het enige wat ze zwart krijgen is appelen. Want je kunt ze toch niet altijd kool geven. Joke mag nog helemaal geen kool hebben. Daarom krijgen ze zo veel appelmoes, zonder suiker! Want suiker is ook niet verkrijgbaar. Nou joch ik hoop dat je dit schrijven spoedig ontvangt, want ik geef deze brief aan ’n Duitscher mee. Theo (22) heeft een ausweis (23). Wat een bofferd hè? Puck nu nog ’n Vredig Kerstfeest en ’n voorspoedig nieuwjaar van alle fam. en bekenden. Ook ik sluit hier in ’n Zalig Kerstfeest en hoop dat het Nieuwe jaar ons weer heel spoedig tot elkander brengt. Heel veel zoentjes van Hansje er bij en ’n stevige omhelzing van je Dickie
(19) Deze brief is met potlood geschreven op 2 archiefkaartjes en verzonden in een enveloppe van “HOTEL DE TWEE STEDEN” uit Den Haag, waar broer Theo kelner was. Het handschrift op de enveloppe is vermoedelijk van de hoteleigenaar.
(20) Cromvlietplein 40 was een bovenwoning met zolder, precies op de hoek van de Stuwstraat, waar vroeger het eindpunt was van tramlijn 10.  In de Stuwstraat was bij Bakker Hus de rangeerplaats waar het motorrijtuig in de retourrichting  gereden werd. Met een vreselijke herrie (staal op staal!) reden de trams de bocht om. De straatverlichting hing aan kabels over de straat naar de overkant, wat ’s-avonds een spookachtig gezicht gaf, vooral als de vonken van de bovenleiding spatten bij nat weer.

(21) Peterolie = petroleum, een veel gebruikte brandstof in die tijd, ook voor kooktoestellen
(22) Broer van Cox, kelner van beroep in “Hotel de Twee Steden” zie ook noot 16
(23) Een Ausweis is een soort werkvergunning die door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingevoerd. Op de Ausweis stond aangegeven wie, wanneer en waar men vergunning had om te werken.
Document 4
Lieveling Den Haag 21-2-’45 (24)
Alweer zal ik probeeren je per brief te bereiken. Ongeveer 14 dagen geleden heb je ook een brief van me gekregen, maar heb je die al ontvangen? Deze week gaan Bep en Riet (25) evacueeren naar Drente en dan nemen ze deze brief mee om hem daar te posten. Misschien gaat het dan vlugger. In de vorige brief heb ik je geschreven dat we (Hans en ik) bij jou ouders in zijn gaan wonen. Nu zijn we echter weer op het Cromvlietplein. Hoe dat precies in elkaar zit zal ik je later wel eens vertellen (26). Nu kan ik het zo moeilijk doen, omrede ik toch niet alles precies kan neerpennen. Jò, als je eens weer thuis bent, dan heb ik zo veel te vertellen dat ik wel 14 dagen achter elkaar zou kunnen praten zonder dat jij iets behoefte te zeggen. Je bent natuurlijk erg  goed en krijgt al een aardig willetje. Hij is soms ’n echte Vogelaar. Driftig, en, als hij een boze bui heeft, dan schreeuwen meneer, dat hooren en zien je vergaat. Ik ben op het ogenblik bezig met hem aan zijn verstand te brengen dat ik de baas ben. Als hij erg schreeuwt krijgt hij een pak op z’n broek toe, en een grote mond.
Dat helpt wel eens ook vaak helpt het ook wel eens niet. Ja, zo makkelijk en lief hij onder het jaar was, zo moeilijk kan hij nu zijn. Maar hij heeft ook zijn goeie dagen. Als hij naar bed gaat, dan krijgen ze allemaal een handje van hem. Ik ben nu bezig om hem zindelijk te maken. Ik vang al heel wat plasjes op, maar als ik hem zeg, dat hij po moet zeggen, dan vertikt hij het en zegt papa of mama. Met ikkes gaat het ook goed. Beter als ’n maand geleden. Toen was ik erg down en moedeloos, maar nu voel ik me weer fit. Gisteren ben ik naar Rijnsburg bij Leiden geweest voor groente. Vader had mijn fiets in elkaar gezet, d.w.z. met wielen zonder banden en als achterband een sportwiel van Theo (27). En maar hobbelen jongens op de velgen!! In 1 uur tijds was ik in Rijnsburg. Maar toen waren de meeste tuinders afwezig omrede het erg miezerde. Ik kreeg eerst geen groente maar daar zag ik een paar lui bezig met het lossen van ’n wagen kroten in een schuit. Ik er op af en vragen of er voor mij wat af kon. Maar nee hoor, ze waren bestemd voor de gaarkeuken (28). Wel lagen er ’n paar kroten op de grond. Ik niet lui, en pik in, toch nog wat voor mijn zwoegen. Toen zij een van die lui, dat ik ze maar uit het water moest visschen. En waarempel daar lagen naast de schuit nog wat kroten. Ik aan ’t visschen en als resultaat ongeer (29) 15 à 20 kilo kroten voor noppes. Morgen ga ik weer, misschien heb ik dan meer geluk. Nu nog iets over de fam. Tonie (30) is nog steeds op de pastorie. Theo werkt in Hotel “de 2 Steden” en heeft een ausweis. Eddie heeft nog steeds “Kerstvacantie”. Dat jong is zo mager als ’n brandhoutje. Oja, als je weer in de stad bent en naar je ouders wilt gaan dan moet je niet naar de “Naald” zoek, want het Rijswijksche bos is bijna geheel gesloopt voor brandhout.  Mijn Moeder is ook erg mager en Vader sukkelt met zijn gezondheid. Jou Moeder maakt het goed maar je Vader en Leo (31) zijn ondervoed. Ze zien er beiden zeer slecht uit. Nou jong, de brief is vol. Ik ga maar weer eens eindigen. Hopenlijk zien we elkaar spoedig in gezonde staat. Daar mogen we wel elke dag voor bidden want we zijn allen menschen van 1 dag. Is het niet van de honger dan is het van de Eng. bommen, dat er zoveel menschen sterven. Puck hou je taai veel kusjes van Hans en een omhelzing van je liefhebbende vrouwtje  
(24) Dit is de laatst bewaard gebleven brief. Opmerkelijk is de datering: de dag erna is Jan omgekomen, blijkt achteraf.

(25) Bep en Riet zijn twee zussen van Jan
(26) Cox ging regelmatig bij haar schoonouders op bezoek, omdat Hans hun oudste kleinkind was. Die bezoekjes vonden uit plichtsbesef plaats, want begrip voor haar situatie vond ze daar niet.

(27) Massief rubber, antiplof

(28) Een gaarkeuken (Engels soup kitchen) is een massale keuken waar armen en daklozen gratis of voor een lage prijs eten kunnen halen. De gaarkeukens zijn meestal een initiatief van charitatieve instellingen, zoals de Kerk. Ze komen meestal aan eten dankzij voedselbanken. Ook gedurende de Tweede Wereldoorlog werden gaarkeukens vaak gebruikt.

(29) Schrijffout! = ongeveer

(30) Tonie is de jongste zus uit het 1e huwelijk van Vader Grobben. Was verstandelijk minder begaafd.

(31) Leo is een jongere broer van Jan, doofstom geboren. Helaas is er –mede door de oorlogsomstandigheden- nooit veel aan zijn opleiding gedaan, zodat hij noodgedwongen door zijn beperking thuis is moeten blijven wonen.
*******************************************

Pas in februari 1946 kreeg Cox van het Rode Kruis bericht van de dood van Jan in februari 1945. Toen zij het bericht kreeg, was Jan dus al een jaar dood.
In dit bericht van het Rode Kruis wordt als doodsoorzaak gemeld:
bombardement, nadere gegevens niet bekend”.

Van de Oorlogsgravenstichting kreeg Cox pas veel later te horen, dat Jan -samen met anderen- gevlucht was uit gevangenschap. De groep werd gepakt en standrechtelijk gefusilleerd in de buurt van Lüneburg (32).



(32) De correspondentie van de Oorlogsgravenstichting en de ring van Jan zijn in mijn bezit, maar op een onduidelijke plek opgeborgen.

Vader Grobben plaatste huwelijksadvertenties. Onder meer ontving Cox een reactie uit Enschede. Deze brief kwam van Engelbert Beune, die net een fietstocht naar Lourdes achter de rug had. Er werd een afspraak gemaakt en het klikte meteen, maar Engelbert vond “Cox” wel een rare naam, en noemde haar voortaan “Corrie”.
Op 20 januari 1949 zijn zij getrouwd en gedrieën vertrokken ze meteen naar Enschede, waar ze introkken in huize Beune. Ze konden dit voor enkele maanden uitproberen, en mocht het niet bevallen dan zouden ze terug gaan naar Den Haag.
Toen oude Opa Beune met dochter Trees en haar gezin ging verhuizen naar nieuwbouw elders in Enschede, kregen de achterblijvers volop de ruimte. Het was een oud tochtig en vochtig huis in de Reudinkstraat in Enschede, letterlijk onder de rook van de oude textielfabrieken.

(33)


(33) Joke en Hans in de Reudinkstraat


Al spoedig kwam er gezinsuitbreiding: in de jaren 1950 tot 1952  werden in het gezin Beune geboren: Alfons, Clemens en Bertie.

(34)

(34) Met Alfons, Bertie en Clemens naar Opa en Oma Grobben in Den Haag.



Omdat het zo’n slecht huis was, verhuisde het gezin in 1954 naar een nieuwbouwwijk (de Zevensterstraat) ook in Enschede, waar in 1954 en ’56 André en Paula zijn geboren. Dit nieuwe huis was een zegen voor moeder. Heerlijk rustig, alles nieuw, een mooie tuin.

(35)

(35) Joke, Hans, en in de 1e bolderkar van de familie: Clemens, Alfons en Bertie

**************

Mijn herinneringen aan Moeder

Moeder is naar mij toe altijd begripvol geweest: een echte moeder, luisterend, met zachte hand corrigerend, maar nooit dwingend. Liefdevol naar haar gezin, niets was haar teveel.
Gedurende de periode in Den Haag was zij voor mij wel aanwezig, maar op de achtergrond, want overdag werkte ze. En voor mij maakte dat geen verschil: in het gezin Grobben was het goed toeven.
(36)
(36) Wenckebachplein, met Moeder, Joke, Eddie en Theo Groenewege (neef van Joke en Eddie)

De eerste echte herinneringen aan haar stammen uit de periode die volgde na de verhuizing naar Enschede. Al meteen na aankomst werd ik aangemeld voor de bewaarschool (37) in de binnenstad. Dat was een heel eind lopen, maar na een paar keer begeleiding door moeder kon ik de weg alleen vinden.

De bewaarschool was bij de nonnen, maar dat was ik wel gewend, want in Den Haag had ik ook bij de nonnen op school gezeten.
(37) Bewaarschool: oude benaming voor kleuterschool, in de volksmond ook wel “kakschool” genoemd

Maar wat wel heel spannend was, was het baantje dat moeder had: ouvreuse in de bioscoop, vlakbij de school.

Vaak ging ik na schooltijd naar moeder toe, waar ik achter in de zaal bij moeder op een klapstoeltje zat, terwijl zij met een zaklampje plaatsen aanwees en in de pauze met snoep rondging.
Maar dat duurde niet lang, want in februari 1950 stopte moeder definitief met werken buiten de deur vanwege de geboorte van Alfons.(38)

(38) 1951- Op de foto is Alfons 1 jaar

In augustus van dat jaar moest ik naar de lagere school, ver lopen, tussen de oude, vieze fabrieken door, waar het woord milieu nog niet was uitgevonden. Moeder bracht me een paar keer, maar daarna moest ik het alleen uitzoeken.
Ik heb een fijne jeugd gehad, vooral door haar spontane aanwezigheid. Ondanks de financieel magere jaren en de drukte van de snel volgende zwangerschappen werd er veel gefietst in de fraaie omgeving van Enschede.
Fietstochten maakten we naar het Lutterzand en de Buursebeek (39), plaatsen, waar je heerlijk kon zwemmen.

(39)  1955- De watermolen in de Buursebeek, bij Haaksbergen. Het grote schilderij dat altijd in de kamer hing, is een fantasievolle weergave van deze watermolen. De watermolen is onlangs fraai gerestaureerd.
Of naar het vliegveld, waar je naast de startbaan kon staan om de straaljagers met donderend geweld voorbij te zien komen. Of verder weg, naar Gronau of de steengroeven van Bentheim.
(40)
(40) 1955-  Slot Bentheim, met Eddie en Leo Vogelaar, die beiden bij ons op vakantie waren.

En steeds de fietsen volgepakt met eten en drinken, en de kinderen voor- en achterop. Alfons bij mij, Clemens en Bertie bij vader Beune, en André bij moeder.
In augustus 1956 nam ik afscheid van het gezin, want ik ging studeren in Helmond, in het seminarie “Christus Koning”.


De eerste jaren in Enschede heette ik gewoon Hans Beune, want dat was gemakkelijker en voorkwam lastige vragen, maar vanaf mijn verhuizing naar Helmond heette ik weer Hans Vogelaar.

zomer 1956, Plechtige Communie, tevens afscheid van de familie
met Tante Anna en Opa Beune (1e rij) en fam Wiggers
en Tante Catrien op de laatste rij
Toen Paula een half jaar oud was (voorjaar 1957) volgde de verhuizing van het gezin naar Helmond, want vader Beune had daar werk gevonden.
Ook hier werd veel gefietst en gepicknickt in de bosrijke omgeving van Helmond, en later op de fiets naar Mook waar het gezin enkele jaren achtereen heeft gekampeerd met de Mookerhei op steenworp afstand.
Maar, zoals gezegd, vanaf dit tijdstip voltrok mijn dagelijks leven zich elders; het contact met het thuisfront beperkte zich tot de zomervakanties.

Hans Vogelaar

Vlaardingen, 16 mei 2011


Naschrift: veel gescand materiaal uit de collectie van Moeder en van mijzelf kon -vanwege de leesbaarheid van het verhaal- niet binnen de tekst opgenomen worden.



1992: BEZOEK AAN HET GRAF

Toen moeder eind 1946 van de Oorlogsgravenstichting de documentatie kreeg over het graf van vader in Lübeck, kregen wij als nabestaanden tevens het recht om op kosten van de Duitse overheid gratis met de trein (in Duitsland) het ereveld in Lübeck te bezoeken. Moeder heeft dit altijd wel gewild, maar het is er nooit van gekomen.
In april 1992 bezocht ik samen met Riet en onze Duitse vrienden Philipp en Roswitha Rasig, met hun dochter Anja, het graf. Roswitha was geboren in het voormalige Oost-Duitsland, niet ver van Lübeck. Nu de grens tussen Oost- en West-Duitsland verdwenen was, kon zij eindelijk haar familie zonder lastige vragen van de grenspolitie bezoeken.
Op de terugweg zijn wij op zoek gegaan naar het Ereveld in Lübeck. Een gigantisch terrein, met voor diverse landen aparte secties. Het dagelijks onderhoud wordt -als onderdeel van de "Wiedergutmachung" door Duitsland uitgevoerd en bekostigd, onder internationale controle.








blog samengesteld uit diverse documenten in februari 2017









Geen opmerkingen:

Een reactie posten